herstel
De nacontrole na zes weken: wat je kunt vragen
Tijdens een nacontrole na de bevalling kun je vragen stellen over herstel, eventuele klachten en het hervatten van dagelijkse activiteiten. Niet iedereen heeft hetzelfde verloop. We helpen je voorbereiden met mogelijke gespreksonderwerpen, van bekkenbodem tot huidcomfort en welzijn.
In het kort
- Ongeveer zes weken na de bevalling heb je een controle bij je verloskundige of gynaecoloog. Daarna neemt je huisarts de zorg over.
- Er kan onder meer worden gekeken naar je bloeddruk, je bloedwaarde (Hb), je wond en je lichamelijk en psychisch herstel.
- Anticonceptie is een vast gespreksonderwerp. Je kunt al drie weken na de bevalling weer zwanger worden.
- Noem klachten als urineverlies, pijn bij seks of somberheid, ook als het ongemakkelijk voelt. Je bent niet de enige, en je kunt worden doorverwezen.
- Schrijf je vragen van tevoren op.
Wat is de nacontrole na de bevalling?
Een afspraak om te kijken hoe je lichamelijk en psychisch herstelt, en om klachten op tijd op te sporen. Het is ook hét moment om vragen te stellen die in de drukte van de kraamtijd zijn blijven liggen.
Zes weken na de bevalling ben je vaak nog volop aan het herstellen, ook als je je al redelijk goed voelt. Je bekkenbodem heeft bijvoorbeeld volgens de KNOV minimaal negen maanden nodig. De nacontrole is dus geen eindpunt, maar een tussenstand. Wat er in die eerste maanden gebeurt, lees je bij herstel na de bevalling.
Wanneer en waar heb je de nacontrole?
Ongeveer zes weken na de bevalling, bij je verloskundige of gynaecoloog. Ben je onder behandeling van een gynaecoloog geweest, bijvoorbeeld na een keizersnede, dan is de nacontrole meestal in het ziekenhuis.

Volgens Thuisarts komt je verloskundige in de dagen na de bevalling een keer bij je thuis. In de kraamweek doet de kraamverzorgende daarnaast dagelijks controles. Daarna blijft het even rustig tot de nacontrole. Na de nacontrole neemt je huisarts de zorg over. De Britse richtlijn van NICE spreekt van een controle rond zes tot acht weken.
Wat wordt er gecontroleerd bij de nacontrole?
Meestal je bloeddruk, je herstel en je wond, en vaak ook je bloedwaarde. Daarnaast is er tijd voor anticonceptie, de voeding van je baby en hoe je je voelt.
De beroepsgroepen van verloskundigen, gynaecologen en kinderartsen hebben samen een checklist voor de zorg na de bevalling opgesteld. Daarin staan onder meer deze onderdelen voor de nacontrole. Niet alles gebeurt bij iedereen.
| Onderdeel | Waarom |
|---|---|
| Bloeddruk | Bij iedereen. Extra belangrijk als je tijdens of na de zwangerschap een hoge bloeddruk of zwangerschapsvergiftiging had. |
| Hb (bloedwaarde) | Om bloedarmoede op te sporen, bijvoorbeeld na veel bloedverlies. |
| Inspectie van het perineum | Kijken of een scheur, knip of hechting goed is genezen. |
| Anticonceptie | Bespreken welke methode bij je past. |
| Lichamelijk en psychisch herstel | Hoe gaat het met je energie, je stemming, je bekkenbodem en je wond? |
| Voeding van je baby | Hoe gaat de borst- of flesvoeding? |
Het Britse NHS noemt daarnaast vragen over afscheiding, of je al ongesteld bent geweest en hoe je je mentaal voelt. Had je zwangerschapsvergiftiging, dan wordt je bloeddruk volgens Thuisarts bij de nacontrole opnieuw gemeten.
Hoe bereid je je voor op de nacontrole?
Schrijf je vragen een paar dagen van tevoren op en zet de belangrijkste bovenaan. Dan weet je zeker dat je die stelt, ook als het gesprek kort is.
- Houd een notitie bij in je telefoon. Schiet je 's nachts bij een voeding iets te binnen, zet het er meteen in.
- Kies je top drie. Wat zit je het meest dwars? Dat vraag je als eerste.
- Noteer feiten bij je klachten. Bijvoorbeeld: sinds wanneer, hoe vaak, en bij welke beweging. Dat maakt het gesprek concreet.
- Denk na over anticonceptie. Je kunt al drie weken na de bevalling weer zwanger worden. Weet je al wat je wilt, of wil je de mogelijkheden horen?
- Neem iemand mee als dat kan. Die kan op de baby letten terwijl jij je verhaal doet.
Welke vragen kun je stellen bij de nacontrole?
Alles wat met je herstel te maken heeft: bloedverlies, je wond, je bekkenbodem, seks, anticonceptie en je stemming. Een officiële vragenlijst is er niet. De vragen hieronder zijn gebaseerd op de onderwerpen die de bronnen noemen. Kies gewoon wat voor jou speelt.
Bloedverlies en wond
- Ik verlies na zes weken nog bloed. Is dat normaal?
- Is mijn scheur, knip of keizersnedewond goed genezen?
- Mijn litteken voelt nog gevoelig of trekkerig. Wat kan ik doen?
Bekkenbodem, plassen en ontlasting
- Ik verlies urine bij hoesten, lachen of tillen. Moet ik naar een bekkenfysiotherapeut?
- Ik kan windjes of ontlasting moeilijk ophouden. Wat nu?
- Ik heb een zwaar gevoel onderin. Kan dit een verzakking zijn?
- Wanneer kan ik weer hardlopen of zwaarder sporten?
Seks en anticonceptie
- Welke anticonceptie past bij mij, ook als ik borstvoeding geef?
- Seks doet pijn of voelt droog. Is dat normaal en wat helpt?
Stemming en energie
- Ik voel me al langer dan twee weken somber. Waar kan ik terecht?
- Ik ben extreem moe. Moet mijn bloedwaarde gecontroleerd worden?
Over seks en intimiteit na de bevalling lees je meer bij seks na de bevalling.
Hoe begin je over een klacht die ongemakkelijk voelt?
Gewoon door hem te noemen, zo vroeg mogelijk in het gesprek. Voor je verloskundige of gynaecoloog zijn urineverlies, pijn bij seks of somberheid vertrouwde onderwerpen, en je bent echt niet de enige.
Veel vrouwen bewaren de lastigste vraag tot het einde, en dan is de tijd op. Een makkelijke opening is: "Ik wil ook nog iets vragen over plassen" of "Ik merk dat ik me vaak somber voel". Daarmee is het onderwerp op tafel, en de rest volgt vanzelf. Lees het desnoods voor van je telefoon.
Het loont om het te noemen. Urineverlies na de bevalling is bijvoorbeeld vaak goed te verbeteren met training. Hoe dat werkt, lees je bij urineverlies na de bevalling.
Waar kun je na de nacontrole terecht?
Bij je huisarts. Die neemt na de nacontrole de zorg over. Voor bekkenbodemklachten kun je ook zonder verwijzing naar een bekkenfysiotherapeut.
Volgens NICE kan de arts bij de controle je doorverwijzen als dat nodig is, bijvoorbeeld naar een fysiotherapeut. De KNOV adviseert om contact op te nemen als je twee maanden na de bevalling nog een of meer bekkenbodemklachten hebt.
| Jouw situatie | Waar je terechtkunt |
|---|---|
| Een klacht in de eerste tien dagen | Je verloskundige |
| Een nieuwe klacht na de nacontrole | Je huisarts |
| Na twee maanden nog urineverlies of een zwaar gevoel | Bekkenfysiotherapeut, zonder verwijzing, of je huisarts |
| Je voelt je al een tijd somber of angstig | Je huisarts |
| Vragen over anticonceptie na de nacontrole | Je huisarts |
Meer over hoe een bekkenfysiotherapeut werkt en wat er wordt vergoed, lees je bij wanneer naar een bekkenfysiotherapeut.
Veelgestelde vragen
Word je inwendig onderzocht bij de nacontrole?
Niet altijd. De checklist noemt inspectie van het perineum, het gebied tussen vagina en anus. Of meer onderzoek nodig is, hangt af van je klachten. Vraag het gerust als je je zorgen maakt.
Hoe vaak komt de verloskundige na de bevalling?
In de kraamweek doet de kraamverzorgende dagelijks controles en komt je verloskundige langs. Volgens Thuisarts komt de verloskundige in de dagen na de bevalling een keer bij je thuis. De nacontrole is na ongeveer zes weken.
Ik voel me goed. Moet ik dan wel gaan?
Ja, het is fijn om toch te gaan. Je bloeddruk en herstel worden gecontroleerd, en je kunt anticonceptie bespreken. Bovendien komen vragen vaak pas op als je er zit.
Verder lezen
Meer lezen over dit onderwerp
Deze kennisbank biedt algemene achtergrondinformatie en vervangt geen persoonlijk advies van een arts, verloskundige of andere zorgverlener.